Moestuintips

Meer oogst uit je moestuin! Wil je meer oogst uit je moestuin, dan moet je vooraf goed plannen en op één plek groenten combineren die niet met elkaar concurreren omdat ze in verschillende snelheden of op verschillende manieren groeien. Voor deze intensieve teelt moet je er wel voor zorgen dat de grond in goede conditie is, door in de lente voordat je zaait een flinke laag compost aan te brengen. Hieronder vier manieren om slim te combineren.

Twee gewassen, één rij Bij sommige groenten, zoals pastinaak, wortelen, lente-ui en peterselie, zit er een lange periode tussen het zaaien en het oogsten. Daardoor kan je tegelijk in dezelfde rijen snelgroeiende gewassen, zoals radijsjes zaaien. Rijdijsjes zijn vlug oogstklaar en je kan ze gemakkelijk uit de grond trekken zonder het tragere gewas te verstoren.

Tussen de rijen Koolsoorten en andere hongerige gewassen groeien traag en moeten ver uit elkaar gezaaid worden. Je kunt de ruimte tussen de rijen wel gebruiken om kleine groentes te kweken die snel groeien en niet concurreren met de trage gewassen. Haal wel eerst al het onkruid weg, want door de planten tussen de rijen kun je moeilijk schoffelen. Plant vervolgens jonge plantjes of zaai zaden. Probeer koriander tussen tuinbonen, sla tussen kool en lente-ui tussen rijen knolselderij. Je kan ook suikermais tussen rijen pompoenen zetten, want hun licht- en vochtbehoefte vullen elkaar aan.

Jong tussen volgroeid Pas gezaaide zaden en jonge planten hebben weinig licht en water nodig, en planten die bijna oogstklaar zijn vereisen meestal niet veel water of voedingsstoffen. Het is dus logisch om voordat je gaat oogsten nieuwe gewassen te planten. Als er genoeg ruimte is zaai je een nieuwe rij tussen de oude rijen. Als de bladeren van de oude gewassen echter op de nieuw te zaaien rij vallen, zet dan kleine plantjes op willekeurige lege plekken.

Oude eruit, nieuwe erin Zodra je een oud gewas eruit haalt – zoals vroege aardappelen, erwten, tuinbonen, wortelen, bieten of bladsla – plant je op dezelfde plek een nieuwe. Kies als tweede groente een soort die voor de vorst volgroeid is, of die overwintert. Haal alleen de bovengrondse resten weg en laat de wortels zitten; die voeden de bodemorganismen. Zaai dan broccoli, bloemkool, bieten, prei of snijbiet.

In de tabel zie je voorbeelden van combinatieteelt met bovenstaande methoden.

Workshop plantensteunen (wigwam) maken van wilgentenen 18 februari 2018

In 2016 is deze workshop ook gehouden. Het was toen een succesvolle en heel plezierige middag, waar de deelnemers veel van hebben geleerd. Daarom bieden we deze workshop opnieuw aan.  Ineke Visser laat zien hoe je met alleen wilgentenen en een snoeischaar een plantensteun kunt maken, waarlangs later in het seizoen de pronkerwten, peultjes of andere klimmers kunnen groeien. Na de uitleg van Ineke ga je natuurlijk zelf aan de slag.

  • Locatie: Verenigingsgebouw Thurlede
  • Tijd: 13.30 tot 16.30 uur
  • Inloop/voorbereiding: Vanaf 13:00 uur
  • Afronding: 16.30 uur tot 17.00 uur
  • Deelnemers: tuinders Thurlede, leden Groei&Bloei en andere geïnteresseerden
  • Kosten: 1  wigwam € 15.00 pp,  een tweede wigwam € 6,00 (als die door dezelfde persoon wordt gemaakt).

Je kunt je opgeven via het email adres: communicatie@volkstuinenthurlede.nl

Wintersnoei op zaterdag 25 november 2017

Meld je aan voor een snoeiworkshop van Ruud van Buijtenen

Moet er nog veel in je tuin worden gesnoeid en vind je het handig om tips uit de eerste hand te krijgen, meld je dan aan. Ruud leert je ter plekke welk deel van de boom of struik je het eerst kunt aanpakken.

  • Locatie: Volkstuinvereniging Thurlede. Verzamelen bij de Tuinwinkel
  • Tijd: 10.00 uur tot 12.30 uur
  • Deelnemers: Tuinders Thurlede en andere geïnteresseerden
  • Kosten: gratis
  • Aanmelden via  emailadres: communicatie@volkstuinenthurlede.nl

Even voorstellen: Friese roots schieten wortel in Thurlede

Tekst en foto Manja van de Plasse

Pake en beppe, de Friese opa en oma van Iebel, hadden een boerderij waar dahlia’s groeiden, net zoals nu in de volkstuin die Iebel met haar levenspartner Rob op Thurlede heeft. Kennelijk is in haar jeugd het zaadje geplant voor een groene omgeving en komt dit nu weer boven.

Haar Friese roots schieten nu wortel op Thurlede. Maar ook in het centrum van Schiedam, waar ze onlangs een huis kochten. Jaren woonden ze in Rotterdam, in Crooswijk, tot ze op zoek gingen naar een nieuwe woonbestemming en in het centrum van Schiedam terecht kwamen. Ze gingen van een nieuwbouw woning met veel licht naar een oude stokerij, annex branderij met veel sfeer. Een pand met geschiedenis, maar zonder tuin. Om deze wens toch in vervulling te laten gaan kozen Iebel en haar man Rob voor een tuin op Thurlede. Doordeweeks is Rob docent licht en geluid en Iebel heeft de dagelijkse leiding over het Jeugdcultuurfonds Rotterdam. In het weekend genieten ze van hun tuin.

Huisje van het eerste uur

In november 2016 namen Iebel en Rob tuinnummer 21 over van een meneer in de tachtig die tientallen jaren had getuinierd. Op het perceel een charmant huisje van het eerst uur. Behalve het huisje en de tuin liet hij hun ook de keukeninventaris, een kacheltje en een aantal tuingereedschappen na, die best nog een tweede ronde mee kunnen. Ook de overgordijnen met zonnebloemen en de vitrage met appels en peren mochten blijven. Zij zorgen voor de sfeer van weleer. Je kunt voelen dat alles met ouderwetse zorgvuldigheid is opgebouwd. Rob en Iebel voegden hun eigen spullen erbij, waaronder een tegeltje met Friese wijsheid: “pikerje net ’t komt doens oars”. Wat zoveel betekent als “pieker niet, het komt toch anders”…… Een stukje verder aan de muur hangt een Boeddha. Het is een gezellige mix van oud en nieuw geworden.

 

Dilemma’s

Wanneer je de tuin oploopt valt je oog direct op de handgemaakte molen. Anno 1641 staat erop. “We vragen ons af wie de maker is en doen de lampjes van de molenwieken het nog?”, aldus Iebel. Mogelijk weet een van de lezers de antwoorden. Dit is juist zo leuk aan een overname. Stukje bij beetje ontdek je de geschiedenis van zo’n tuin. Zo was in november niet te zien wat zich onder de grond schuil hield. Inmiddels zijn de aardbeitjes opgekomen, bloeien er diverse rozenstruiken weelderig en vormt zich fruit aan de bomen, waaronder pruimen en appels. Er is zelfs een kersenboom waarvan de vogels snoepen, ondanks dat de kersen nog niet rijp zijn. Een net erover of toch maar niet? Een lastig dilemma voor een beginnend tuinder. Lees verder

“Onze tuin is ieder jaar opnieuw een verrassing”

Tuingenot I Ellen Boonstra-de Jong I foto Ellen Boonstra-de Jong

Coby en Theo Duifhuizen kochten ongeveer twintig jaar geleden tuin 196, een tuin met tegels, compostbakken en een grasveldje in de vorm van een baard. Samen toverden ze de armetierige tuin om tot een waar bloemenparadijs.

Coby en Theo dreven jarenlang een groentezaak in Schiedam. Vanwege een ernstige ziekte kwam Theo tijdelijk in de bijstand terecht. Aanleiding om een moestuin te beginnen op het terrein waar nu het Vlietland Ziekenhuis staat. Theo: “Ik wilde toch wat doen. Toen we daar weg moesten hebben we nog een poosje getuinierd langs het spoor.” In 1998 streken ze neer op Thurlede. In hun tuin is alleen geen courgette, komkommer of preitje te bespeuren. Weliswaar legden ze gelijk een moestuin aan, maar “het lukte niet, de slakken aten alles op”, vertelt Coby. “

Daarbij levert de moestuin veel te veel op voor ons tweetjes.” Nu is hun tuin een lust voor het oog met een uitgebreide verzameling vaste bloeiende planten en struiken. Soms zet Theo zelfs een parasol boven de roze hortensia’s. Hortensia’s laten namelijk snel hun koppie hangen als het zonnetje schijnt. De buurvrouw wijst over de heg naar de uitbundig bloeiende witte hortensiastruik. “Moet je eens kijken hoe mooi die van hun erbij staat.” Zij heeft, op een paar meter afstand, dezelfde struik met slechts een paar bloementrossen eraan. Die constatering geeft allerminst aanleiding voor jaloezie, eerder voor verbazing over hoe zoiets nou toch mogelijk is. Coby en Theo hebben een zichtbaar goede verstandhouding met de buren. Dat ze verder kijken dan hun eigen tuin, bewijst ook de tuin aan de overkant. Die staat te koop, maar heeft nogal wat achterstallig onderhoud. Samen zijn ze aan de slag gegaan. Bomen zijn gerooid en het onkruid gewied. Nu is het wachten op een nieuwe buur. Lees verder

In je tuinhuisje de Grote bonte specht spotten

Vogels op Thurlede I Ben van den Broek 

De Grote bonte specht heeft een zwart-wit verenkleed en een opvallende witte schoudervlek. Zijn anaalstreek is rood en de flanken zijn zwart. Zijn bovenkop is zwart, hierbij heeft het mannetje een rode nek vlek en het vrouwtje niet. 1e jaars Grote bonte spechten hebben een rood petje (zie bijgevoegde foto). De Grote bonte specht komt overal in Nederland voor waar bos of park te vinden is. Hij broedt in bossen, parken en tuinen. Het is vooral een standvogel maar maakt in de winter soms invasie-achtige trekbewegingen van Noord-Europa naar West- en Midden-Europa. Grote bonte spechten zijn normaal gesproken het hele jaar in hun broedgebied aanwezig. Ook Volkstuinvereniging Thurlede heeft een kleine Grote bonte spechten populatie.In het vroege voorjaar is het geroffel niet van de lucht. Regelmatig zoeken ze hiervoor een dode tak op die een optimaal geluidseffect geeft. Het signaal dat hij hiermee afgeeft is natuurlijk gericht op concurrerende mannetjes en aantrekkelijk voor de vrouwtjes. Een Grote bonte specht in je volkstuin zien is best wel bijzonder. Ze zijn normaal gesproken zeer schuw en alleen als je je verstopt in het tuinhuisje komen ze misschien. Zeker als je voedsel aanbiedt in de vorm van bv een vetbol. Gelukkig zijn er ook uitzonderingen op de regel. Zo lukte het me heel makkelijk de Grote bonte specht op de foto zonder camouflage zittend voor mijn tuinhuisje te fotograferen! Grote bonte spechten zullen niet snel in een volkstuin tot broeden komen, maar bij wie een grote bosrijke tuin heeft kan het natuurlijk wel voorkomen. Hij hakt ieder jaar een nieuw broedhol. Voor het uithakken van het hol wordt zacht hout en vaak een rotte plek uitgezocht. In de omgeving moeten wel voldoende oude bomen voorkomen waarin ze hun basisvoedsel in de vorm van insecten kunnen vinden. Normaal gesproken zijn het echte insecteneters die het niet kunnen laten zo af en toe ook een jong vogeltje te verschalken! Ze deinzen er zelfs niet voor terug hiervoor een nestkast open te hakken! Zelf heb ik gezien dat mijn insectenhotel werd geplunderd! Het zij ze vergeven!